Oefentherapie Mensendieck

Oefentherapie Mensendieck is een paramedische behandelmethode. Oefentherapeuten werken zowel curatief (als er klachten zijn) als preventief (om klachten te voorkomen).

De oefentherapeut richt zich op het verbeteren van houdings- en bewegingsgewoonten die voor klachten zorgen. Vaak zijn dit alledaagse verrichtingen zoals, bukken, tillen, zitten en lopen. Dit verbeteren gebeurt aan de hand van oefeningen en het verkrijgen van inzicht in de relatie tussen uw manier van bewegen en belasten tot de klachten.

imageBij oefeningen kunt u denken aan spierversterkende oefeningen, houdingsoefeningen,rek en strekoefeningen of ademhalings en ontspanningsoefeningen. Hetgeen u middels oefeningen aanleert of verbetert zoals een ontspannen zithouding of een sterkere rug, armen, romp leert u in uw voordeel te gebruiken tijdens uw dagelijkse handelingen. Werk, huishouden, hobby’s, gezin (tillen van kleine kinderen) etcetera.

U leert hoe u zelf iets aan uw klachten kunt doen of ermee om te gaan! Oefentherapie is een behandeling gericht op het verminderen/opheffen van klachten op lange termijn. De behandeling is toegespitst op uw persoonlijke hulpvraag.

Sykegrep

Een behandeling volgens de Mensendieck-methode bestaat uit een actieve behandeling met oefeningen en zonodig een geleid actieve of passieve behandeling van weke delen (spieren of bindweefsel) en gewrichten. Dit gebeurt aan de hand van handgrepen die in de Noorse Mensendieck traditie is ontwikkeld.

Een voorbeeld

Ans heeft erge last van haar nek en schouders. Ze heeft een stressvolle baan en zit daarbij veel achter de computer. Uit onderzoek is onder andere naar voren gekomen dat zij in de jaren veel spanning heeft opgebouwd in haar schouder en nek spieren. Met de oefeningen die zij krijgt om de spieren wat soepeler te maken lukt het haar niet gelijk om de spieren ook te ontspannen (voorwaarde tot versoepeling). dit komt omdat ze al zolang gewend is aan de spanning dat ze het verschil niet goed meer kan voelen.

Ans leert met behulp van de therapeut die (terwijl Ans op de behandelbank ligt) haar schouder beetpakt en deze ritmisch op en neer beweegt. Ans voelt naarmate de beweging voortduurt de bewegingen in de schouder steeds groter worden, ook worden de spieren spieren warm en voelt het wat prettiger aan.

Als Ans hierna haar oefening nog een keer herhaald gaat het een stuk makkelijker en soepeler. Ze is zich meer bewust geworden van de (spier) spanning die zij onbewust vastzet in haar nek en schouderspieren.

 

Het beroep oefentherapeut is opgenomen in de Wet BIG onder artikel 34.

Voor wie is de therapie geschikt?